
This doctor and politician want more discussion about failing youth care: ‘The supply of light care has increased insanely’
https://www.nrc.nl/nieuws/2026/01/02/deze-arts-en-politicus-willen-meer-discussie-over-de-falende-jeugdzorg-het-aanbod-van-lichte-zorg-is-krankzinnig-toegenomen-a4916157
Posted by Chronicbias

5 Comments
[Archive](https://archive.ph/I8x06)
**Deze arts en politicus willen méér discussie over de falende jeugdzorg: ‘Het aanbod van lichte zorg is krankzinnig toegenomen’**
Jeugdzorg – Dat het Nederlandse jeugdzorgsysteem faalt, is duidelijk. Kamerlid Lisa Westerveld en huisarts Bernard Leenstra komen met oplossingen: beloningen voor zorgmedewerkers die met complexe gevallen werken, of mooie, specialistische klinieken. „Wat al enorm zou helpen, is zorgen dat alle kinderen op school een ontbijt hebben gehad.”
Doorgaan op deze weg beschadigt kinderen voor de rest van hun leven”, zegt GroenLinks-PvdA-Kamerlid Lisa Westerveld (44). „Het kost levens terwijl dat helemaal niet nodig is.” Samen met huisarts Bernard Leenstra (36) wil de politicus, die zich al jaren bezighoudt met de jeugdzorg en GGZ, de „maatschappelijke discussie” over de falende jeugdzorg op gang brengen, en liefst zo snel mogelijk.
Leenstra: „Ik zet voorbeelden bewust scherp neer om iets los te krijgen. Want we moeten iets doen.” Zoals: getob en tegenslag bij pubers niet langer medicaliseren; en landelijke specialistische centra oprichten voor zware gevallen. Westerveld: „Ik ben gefrustreerd dat er zo weinig gebeurt. Ik krijg mailtjes met noodkreten van kinderen met bijvoorbeeld een eetstoornis voor wie nergens plaats is. En onlangs nog van een jongere die een bepaalde behandeling nodig had die niet voorhanden was, en die nu als enige uitweg een euthanasietraject zag.”
Dat de jeugdzorg faalt, is het afgelopen jaar meermaals vastgesteld, onder meer door vernietigende rapporten van de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en van Justitie en Veiligheid. „Te veel jeugdigen krijgen niet, te laat, of onvoldoende bescherming, begeleiding en hulp”, schreven de inspecties. Een van de oorzaken is dat geld en personeel op de verkeerde plaats terechtkomen.
De kosten voor jeugdzorg zijn „meer dan verdubbeld” sinds tien jaar geleden de gemeenten voor het verstrekken van jeugdzorg verantwoordelijk werden gemaakt, signaleerde de Jeugdautoriteit onlangs. Het aantal aanbieders van jeugdzorg is „exponentieel gegroeid”. Niet voor intensieve therapieën en langdurige zorg voor kinderen die zware ellende meemaken, maar voor hulp bij opvoeding, stress of dagbesteding. Terwijl „andere oplossingen beter zouden passen”, aldus de Jeugdautoriteit: „Problemen die bijvoorbeeld veroorzaakt worden door prestatiedruk, geldzorgen in het gezin of problemen met school vragen vaak meer om sociale oplossingen in de buurt, op school, thuis of in het netwerk.”
**Perverse prikkel**
Bernard Leenstra: „Het aanbod van lichte zorg is krankzinnig toegenomen. Het is niet zozeer ‘u vraagt en wij draaien’ maar ‘wij draaien dus vraagt u maar’. Als ik in mijn praktijk zoek naar zorg voor specifieke, licht psychische problemen, dan raak ik bij het aantal aanbieders de tel kwijt. Binnen een week kan ik een diagnose voor ADHD praktisch kopen. Dat is niet in de haak.”
Leenstra ziet dat het aantal ADHD- en autisme-diagnoses enorm is toegenomen. „Voor een deel is dat terecht, maar problemen in de opvoeding of op school worden heel snel gemedicaliseerd. Ik ben zelf ooit in 3-havo blijven zitten. Nagaan of ik misschien ADHD had, heb ik niet gedaan. Dat gebeurt nu wel. We moeten als samenleving beseffen dat dingen in het leven niet altijd goed gaan.”
Het systeem heeft een „perverse prikkel”, zegt Westerveld. „Het stellen van een snelle ADHD-diagnose heeft een groter verdienmodel dan het bieden van specialistische hulp aan een kind dat volkomen is vastgelopen.” Voor het grote aantal zorgaanbieders is het stellen van simpele diagnoses voor mondige ouders financieel aantrekkelijk, zegt ze. Specialistische hulp voor mensen in achterstandswijken is dat niet. „De decentralisatie heeft geleid tot marktwerking, met winstuitkeringen door bedrijven, en daar moeten we van af.”
Artsen zouden vaker nee moeten verkopen, meent Leenstra. „Het zou hen helpen strenge criteria te krijgen. Denk eens aan de discussies in de covid-tijd, over het kiezen op grond van welke criteria, bijvoorbeeld leeftijd of overlevingskans, iemand nog wel of niet op de intensive care kon worden opgenomen. Die gedachtengang zou je ook binnen de jeugdzorg kunnen volgen. Ik pleit voor een grote werkgroep, met artsen maar ook ouders, die grenzen gaat opstellen. Zodat we keuzes maken en artsen meer handvatten geven bij het doorverwijzen.”
Voor een kind dat op school blijft zitten, zijn die strengere criteria misschien vervelend, zegt Leenstra. Maar een kind dat door het ijs zakt, ernstig ziek is of zelfs sterft, is ernstiger. „De wachtlijsten voor de lichte zorg moeten langer worden en die voor de zware hulp korter. Er werken heel veel psychologen en orthopedagogen in klinieken voor lichte zorg die we beter ergens anders kunnen inzetten. De prikkel om als arts verder te studeren en je te verdiepen in ernstige gevallen, is nu te klein. We zouden de beloning aantrekkelijker kunnen maken.”
**Mooie specialistische klinieken**
De decentralisatie van specialistische jeugdzorg naar gemeenten is „een fout” geweest, stelt Westerveld. ”Ik zag een jongere die helemaal vastliep, zichzelf beschadigde, glas inslikte, voor wie men geen andere oplossing wist te bedenken dan haar in een kliniek met riemen vast te binden op een bed. Ik vergeet dat beeld nooit meer. Ik heb alles en iedereen afgebeld om erachter te komen wie hier verantwoordelijk voor zou moeten zijn. Ik sprak een wethouder die letterlijk zei: ik kan de gevraagde hulp niet betalen, dat is een veel te grote hap uit m’n budget. Ik zeg: ‘Maar ze gaat misschien binnen een paar weken dood’. Zegt zij: ‘Ja, maar ik kan het niet betalen’.”
Over die financiële keuzes moeten „landelijke afspraken” worden gemaakt en ze moeten niet aan gemeenten worden overgelaten, vindt Westerveld. „Voor complexe, zware problematiek zoals eetstoornissen, borderline of psychoses, zouden we specialistische centra moeten inrichten. Mooi en goed georganiseerd, zoals het Prinses Máxima Centrum voor kinderen met kanker: met onderwijs en ruimte voor ouders om te blijven slapen.”
In plaats daarvan komen kinderen met psychische problemen terecht „in gesloten jeugdinrichtingen die er soms uitzien als een gevangenis”, zegt de politica. „Je kunt op je vingers natellen dat een kind daar slechter uitkomt dan het erin gaat.”
Zowel politiek als samenleving moet volgens Leenstra en Westerveld bij zichzelf te rade gaan. „Er is een enorme prestatiedruk”, zegt Westerveld. „Ik hoorde vorige week het verhaal van een meisje dat aan het begin van de middelbare school in een musical speelde, en dat haar vader na afloop woedend was geweest omdat ze niet helemaal zuiver had gezongen. Wat ben je dan voor een eikel?”
Ze mist „sturing” van de landelijke overheid. Westerveld: „Laten we meer begrip voor jongeren opbrengen die een keer iets niet goed doen, of anders zijn. We kunnen beter omgaan met sociale media. Kinderen lijden onder online pesten. En wanneer je gevoelig bent voor hoe je eruit ziet, blijf je door de algoritmen filmpjes en challenges zien over zo dun mogelijk te worden, en ontstaat een nog slechter zelfbeeld.”
**Praktische oplossingen**
Veel jeugdzorg kan vermeden worden, stellen Westerveld en Leenstra, als politiek en samenleving meer werk maken van het versterken van ‘sociale cohesie’. Leenstra: „In mijn spreekkamer zie ik dat problemen soms te maken hebben met armoede. Wat al enorm zou helpen, is zorgen dat alle kinderen op school een ontbijt hebben gehad. Kinderen met honger krijgen problemen. Ik gooi de knuppel in het hoenderhok: laten we btw heffen op alternatieve behandelwijzen waarvan de werking nooit is bewezen. Nice to have. En laten we met de opbrengst alle kinderen een ontbijt op school geven. Dat kan, ik heb het uitgerekend.”
In plaats van medicalisering van sociale problemen zou ook al veel gewonnen zijn door „gericht” en „heel concreet” te onderzoeken wat een kind nodig heeft. Leenstra: „Ik hoorde van een jongetje dat het op het regulier onderwijs nét kon bolwerken door een dagelijks extra uurtje ondersteuning tijdens het overblijven. Zijn gezin verhuisde. Een jaar voor de verhuizing was de nieuwe gemeente al gevraagd om een extra uurtje. En wat denk je? Niet geregeld.”
Westerveld: „Ik kom weleens op scholen voor speciaal onderwijs, met kinderen die op enige afstand wonen en voor wie het leerlingenvervoer niet helemaal goed verloopt. Wat blijkt? Die kinderen kunnen onder wat begeleiding best naar school fietsen. Hun ouders hebben daar alleen geen geld voor. Dus? Geef die kinderen een fiets. Maak hen zelfredzaam.”
Leenstra pleit voor een breed samengestelde „doe-tank” die zoekt naar praktische oplossingen. „Investeringen betalen zich uit”, zegt hij. „Als we kunnen bijdragen aan de afname van armoede, schulden en stress, en als een kind zowel bij de ouders als sociaal goed gehecht is, dan is dat de beste investering die je kunt doen.”
Best we can do is meer marktwerking.
Ik zag het verdere verloop al bij: “beloningen voor zorgmedewerkers..”
Dat gaat ‘m niet worden ben ik bang. Die zorg willen ze alleen maar verder uitkleden en bezuinigen.
Kunnen we ggd, en ggz ook mrteen meepakken?
Ook weer een probleem wat iedereen die niet knielt voor het marktwerkingsaltaar al jaren zag aankomen.
Verdomme. Ik wordt er zo ongelukkig van. Aandeelhouders zijn geen goede zorgverleners.